Eerste stadstafelgesprek: connectiviteit en conflict
Het thema ‘connectiviteit’ kan suggereren dat met het Stadmakerscongres wordt gewerkt aan toenadering, mededogen en begrip zodat de stad voortaan als een grote, saamhorige gemeenschap kan opereren. In het eerste stadstafelgesprek wordt echter al gelijk opgemerkt dat connectiviteit vooral niet te eenzijdig moet worden opgevat.
Door: Ties Wols
Het gevaar ligt dan op de loer, zo stelt Ronald Wall, dat connectiviteit louter een soft verhaal wordt. Connectiviteit is ook op te vatten als uitkomst van een conflict. Om dit te begrijpen moet je in verschillende schalen denken. Connectiviteit, zo betoogt ook Aetzel Griffioen, is makkelijk te bespreken op het macroniveau, maar wat daarachter schuil gaat op microniveau is vooral conflict, tot aan de scholen en bij families thuis.
Dynamiek
Een conflict ontstaat op het moment dat mensen met verschillende inzichten bij elkaar worden gebracht en een situatie delen. Een belangrijk inzicht is dat een conflict niet per definitie negatief is. Integendeel. Hoewel een verschil aan inzicht zeker kan leiden tot problemen discriminatie, segregatie en uitsluiting is het conflict een normaal onderdeel van de menselijke interactie. De reuring die wordt veroorzaakt door het conflict vormt zelfs een onvermijdelijke basis voor het bestaan van cultuur. Ronald Wall benadrukt dat de ervaring van het anders-zijn, dat door het conflict aan het licht komt, een dynamiek ontstaat die in het beste geval uitloopt op een voor alle partijen vruchtbare vorm van competitiviteit: daarmee krijgt connectiviteit ook weer een hardere, economische lading.
Onverwachte confrontaties
De confrontatie met de ander zorgt voor een verruiming van het eigen begripsvermogen. Uit het spanningsveld dat ontstaat door het conflict worden nieuwe dingen geboren, dingen die niet uit slechts het eigen, ongespiegelde begripsvermogen hadden kunnen voortkomen. Innovatie bestaat dus bij de gratie van het onverwacht bij elkaar te brengen van mensen. Daarom, zo merkt Ronald Wall op, is het beter om een stad niet als een elektrisch schakelbord op te vatten en keuzes te maken gebaseerd op ideeën van efficiëntie en andere vanzelfsprekendheden. In de regel zullen zulke keuzes voor de stad vaak nadelig uit pakken omdat dezelfde soort mensen bij elkaar worden gebracht en derhalve de begripsvermogens niet worden opgerekt.
Ontmoetingen en cultuur
Dat ook in Rotterdam soms de mensen elkaar niet ontmoeten die elkaar juist wel zouden willen ontmoeten, onderstreept ook Catharina Bieringa, die vanuit VNO-NCW zich meer wil betrekken bij projecten op Zuid, maar had tafelpartners en ondernemers op Zuid Ashley Nijland en Aetzel Griffioen vooralsnog niet ontmoet. De wereld van het NPRZ en ondernemersnetwerken en de wereld van Vakmanstad en Raaf lijken elkaar maar zelden te raken. En als ze elkaar ontmoeten, wordt RAAF gezien als een cultureel project. Het gevolg is dat er niks gebeurt. Een gebrek aan spontane en verrassende ontmoetingen heeft een saaie, voorspelbare stad tot gevolg en is uiteindelijk een kerkhof voor elke vorm van dynamiek die in potentie aanwezig is. Zo’n stad bouwt niet aan een eigen cultuur met alle gevolgen van dien. Het is niet onderscheidend in de rest van de wereld en verzwakt daarmee zijn eigen concurrentiepositie. De kruisbestuiving die kan ontstaan wanneer verschillende mensen uit de stad bij elkaar worden gezet zal daarentegen zorgen voor een bloeiend innovatief klimaat en een eigen, unieke cultuur die zijn weerklank zal hebben in de rest van de wereld.
De potentie van Rotterdam
Connectiviteit is dus ook conflict. Connectiviteit is het bij elkaar brengen van verschillende mensen in de hoop nieuwe conflicten te ontdekken die vruchtbaar blijken. Rotterdam heeft op dit gebied een enorm potentieel. Het is met recht de meest multiculturele stad van Nederland en ook internationaal onderscheid Rotterdam zich op dat vlak: er wonen mensen uit alle uithoeken van de wereld. Joris Molenaar wijst erop dat het echt tijd aan het worden is dat Rotterdam oog gaat krijgen voor het bestaande. Niet alleen fysiek, juist ook in termen van de human resource. Het moet alleen veel beter benut worden. Wat te denken van het Chinese gedeelte van de bevolking? Zij zouden een cruciale rol kunnen spelen in de economische relatie van Rotterdam met China. Om de al aanwezige sociale krachten in de stad aan te kunnen spreken zal een nieuwe manier van denken moet worden ontwikkeld. Een ontvankelijke manier van denken die zoekt naar verbindingen en conflicten.
Deelnemers:
– Catharina Bieringa, regiomanager VNO-NCW Rotterdam
– Ronald Wall, Head of UCR Department bij IHS Institute
– Aetzel Griffioen, Hoofdcoördinator bij Rotterdam Vakmanstad
– Joris Molenaar, architect/eigenaar bij Molenaar & Co architecten
– Ashley Nijland, Oprichter/eigenaar van RAAF Rotterdam



