Gesprek #1
Stadstafelgesprek: accelereren op de middenschaal
Net als vorig jaar zal het Stadmakerscongres van 2015 in een serie oriënterende stadstafelgesprekken voorbereid worden. Open en nieuwsgierige gesprekken in een kleine setting, waarin we ons perspectief verruimen dankzij de expertise en ervaringen van een diverse groep deelnemers. Dit jaar schuift de gemeente aan tafel. Haar wens om de potentie van de stad in kaart te brengen vormt het uitgangspunt van de gesprekken van dit jaar. Hoe maak je zo’n kaart en wat zou er op moeten staan?
Op vrijdag 25 september vond het eerste gesprek plaats.Wat betekent ‘accelereren op de middenschaal’, hoe doe je dat en wat is daarvoor nodig? Een beschouwing over de volgende stap van Rotterdam.
Door: Ties Wols
Acceleren op de middenschaal
Het Oude Noorden is een steeds populairder gedeelte van de stad aan het worden. De ontwikkeling van de voormalig achterstandswijk is een handje geholpen door strategische keuzen die verschillende betrokken partijen gezamenlijk maakten. ‘Door het verband te leggen met de omgeving ging de boel lopen’, zo stelt hoofd stedenbouw bij de gemeente Rotterdam Mattijs van Ruijven.
Net als het Oude Noorden is het nabijgelegen ZoHo een plek waar een enorme energie aanwezig is. Het gebied met onder andere de markante Hofbogen straalt creativiteit en vitaliteit uit. Volgens landschapsarchitect Cor Geluk is het gebied echter toe aan de volgende stap en moet de verbinding met het centrum gelegd worden. Dat is mogelijk door kleine ingrepen, maar wel van het soort waar Rotterdam nog weinig ervaring mee heeft.
Rotterdam kent een lange traditie als het gaat om top-down projecten en qua bottom-up projecten is inmiddels een flinke inhaalslag gemaakt. Deze tijd vraagt echter om, zoals Geluk dat noemt, te accelereren op de middenschaal,: ‘Iedereen kijkt naar de grote lijnen of vergeet die lijnen totaal, maar soms moet je iets specifieks eruit pakken om het geheel aan elkaar te kunnen lijmen’.
Voorbij projectmatig denken
Accelereren op de middenschaal vereist dat je denkt voorbij de grenzen van een project, terwijl je blijft werken binnen de grenzen van een project. ‘Als stadmaker is het noodzakelijk om je taak opnieuw te formuleren’, zo stelt Bernadette Janssen van BVR. ‘Ondanks dat ik aan de Kuip werk, ben ik voornamelijk bezig met de positionering van het gebied in de stad’. Volgens haar is het tijd om afscheid te nemen van een lange cultuur van projectgericht werken, wat autistische projecten oplevert die niet bijdragen aan de samenhang van de stad.
Willem Sulsters van WSA sluit daarbij aan: ‘Je moet je continu afvragen: wat betekent het project in het grotere geheel’. Dat Barcelona de weg omhoog vond door kleine pleintjes op te knappen heeft hem doen beseffen dat gebiedsontwikkeling niet afhankelijk is van ingrijpende veranderingen. Ieder project kan worden opgevat als schakel in een groter stedelijk geheel en is daarmee in potentie groter dan zichzelf.
Dat je op verschillende manieren voorbij de grenzen van een project kan denken, blijkt uit het verhaal van Nils Berndsen. Wat is bijvoorbeeld de cultuurhistorische betekenis van een project voor de stad? Een teken van volwassenheid van een stad is de aanwezigheid van tastbare geschiedenis. In die zin is het goed dat het Zuiderziekenhuis uiteindelijk toch niet is gesloopt. Maar ook op gebied van duurzaamheid liggen kansen: duurzame projecten kijken voorbij hun eigen grenzen door zich te verbinden met de toekomst.
Overzicht creëren
Omdat relatief kleine ingrepen soms genoeg kunnen zijn om een enorm effect te bewerkstelligen, wordt van iedereen die begaan is met de stad gevraagd om een theehuis met dezelfde intentie te benaderen als de Tweede Maasvlakte. Dat verbreed het spectrum, maar maakt tegelijkertijd de situatie onoverzichtelijker.
Hoe meer keuzes, des te lastiger de keuze. Keuzes die evenwel gemaakt moeten worden, omdat niet elk project gefaciliteerd kan worden. Hoewel we in een tijdsgewricht leven waarin partijen samenwerken, heeft de gemeente als primus inter pares de taak om overzicht te creëren.
Die taak heeft de gemeente op zich genomen door een kaart te maken, waarop de waarden van verschillende gebieden in de stad worden benoemd, geanalyseerd en gewaardeerd. Zo’n kaart zou moeten bijdragen aan de kennis van de sturende mechanismen in een stad.
Geavanceerde data kunnen geweldig helpen om dingen inzichtelijk te maken. Het gevaar ligt echter op de loer dat je te veel informatie in de kaart verwerkt, waardoor je verdrinkt in complexe cijfermodellen.
Pop-up en pop-down
De hamvraag is daarom: welke informatie verwerk je in de kaart en wat laat je achterwege? Een voor de hand liggende suggestie is om geldstromen, initiatieven en arbeidspotentieel in kaart te brengen. Kortom, om de positieve energie in de stad te benoemen om je vervolgens daarop te richten.
Maar Han van den Born van KCAP stelt dat de kaart ook de negatieve kanten van de stad zou moeten verdisconteren. Zo zou de enorme leegstand die overal in de stad aanwezig is in kaart moeten gebracht. ‘Men focust zich voornamelijk op creatieven van Zoho’, zo stelt Han van de Born van KCAP, ‘maar de stad kent veel grotere vraagstukken. De Blaak, het Weena en de Schiedamsedijk: beeldbepalende straten in het centrum van Rotterdam die alle drie kampen met enorme leegstand’.
Hans Venhuizen beaamt het probleem van de leegstand. Tegelijkertijd bekritiseert hij het positieve denken dat weer helemaal terug lijkt te zijn in het politieke discours: groei is overal en te allen tijde mogelijk. Maar is het niet zo dat tegenover de groei van kleine gebieden als ZoHo en het Oude Noorden, steeds meer kantoorgebouwen leeg komen te staan? Tegenover de pop-up in ZoHo staat de pop-down van het centrum.
Het probleem van het centrum is dat het tamelijk eendimensionaal ontwikkeld is na de oorlog. In de geest van de maakbaarheid zijn in het verleden plekken aangewezen in de stad waar enorme kantoorcomplexen moesten komen. Nu blijkt het echter niet te werken. Overal staan dezelfde kantoren en allemaal zijn ze niet meer van deze tijd.
Geluk: ‘Misschien moeten we eens ergens een gebouw slopen en op die plaats iets totaal anders doen’. De eenzijdigheid van het centrum doorbreken met een enkele ingreep: zo zijn we weer terug bij het strategisch handelen op de middenschaal.
Deelnemerslijst
- Job Posner, directeur Synchroon
- Ruud Reutelingsperger, Observatorium
- Cor Geluk, Juurlink[+]Geluk
- Hans Venhuizen, Bureau Venhuizen
- Rick Spaan, Conny Janssen Danst
- Bernadette Janssen, BVR
- Nils Berndsen, Raadslid D66
- Han van den Born, KCAP
Stadstafelgesprekken
Een serie oriënterende gesprekken in een kleine setting, waarin we ons perspectief verruimen dankzij de expertise en ervaringen van een diverse groep deelnemers.
Cor Geluk, landschapsarchitect: “Iedereen kijkt naar de grote lijnen of vergeet die lijnen totaal, maar soms moet je iets specifieks eruit pakken om het geheel aan elkaar te kunnen lijmen.”
Bernadette Janssen, BVR: “Als stadmaker is het noodzakelijk om je taak opnieuw te formuleren. Ondanks dat ik aan de Kuip werk, ben ik voornamelijk bezig met de positionering van het gebied in de stad.”

