Maak kennis met Guest Urban Critic 2014: Uli Hellweg

Hoe bouwen we aan connectiviteit als stadscultuur? Met Uli Hellweg, directeur IBA Hamburg, hebben we een expert voor deze vraag in ons midden. IBA Hamburg is de internationale bouwmanifestatie die van 2006 tot 2013 liep in het zuiden van Hamburg, nog voorbij HafenCity. Het IBA-format is in Duitsland al decennia lang een sterk middel voor vernieuwing en cultuurverandering in de stedelijke ontwikkeling. Recente IBA’s als Emscher Park (Ruhrgebied) brachten door hun buitengewone omstandigheden gebieden in beweging, reden dat het IBA-format ook op andere plekken is overgenomen. In Rotterdam hadden we de IBT Hoogvliet, en onlangs is in de regio Parkstad een nieuwe IBA opgestart. Met de afsluiting van de IBA Hamburg vorig jaar is ook het principe van de IBA verder beoordeeld en onderwerp van debat gemaakt. Het principe van de IBA’s en een historisch overzicht is bijvoorbeeld in deze publicatie helder uiteengezet: wat karakteriseert een IBA, waar ontwikkelt het format naartoe?

Het gaat Hellweg en ons echter niet om het overzetten van de organisatievorm ‘IBA’. Eerder zoeken we hoe de buitengewone omstandigheden van een IBA ook onder ‘normale omstandigheden’ tot een vitale cultuur van werken aan de stad kan inspireren.

Hellweg formuleerde in zijn speech bij de afsluiting van IBA Hamburg in 2013 de IBA als een balanceer-act:

  • tussen routine en innovatie,
  • tussen financiële banden en de vrijheid van een curator,
  • tussen politiek en burgers,
  • tussen pragmatisme en creativiteit,
  • tussen lokale verankering en internationale uitstraling.

Met het afsluiten van de IBA in 2013 is de organisatie een publiek ontwikkelbedrijf geworden, wat het spanningsveld tussen al deze polen nog sterker voelbaar maakt. Welke condities voor succes zijn dan vereist? Het benoemen van die informele kwaliteiten buiten de formele status is ook de opgave die Hellweg zichzelf stelt.

Hellweg verbindt zich op onze uitnodiging daarvoor met de Rotterdamse context op drie vragen.

Als eerste om met ons te benoemen hoe een IBA de juiste condities voor stadsontwikkeling als lerend proces schept. Het voortdurend opladen van de relatie tussen initiatief/project en een groter verhaal is een tweede veld waar we met hem in aan het werk gaan: hoe worden projecten strategisch? Ten derde bezien we de samenwerkingsvormen en verbindingen tussen spelers: hoe wordt stadsontwikkeling een uitnodigend en open outside-in proces? Vooraf bezoekt Uli Hellweg Rotterdam op 3 en 4 november, op 28 november geeft hij zijn bevinding terug in een keynote lezing op het Stadmakerscongres dat AIR organiseert in opdracht van de Van der Leeuwkring en Stadsontwikkeling Rotterdam. Jaarlijks nodigt de Van der Leeuwkring een internationale Guest Urban Critic naar de stad, om te leren van zijn ervaring, kennis en expertise en ons te spiegelen aan zijn praktijk en manier van kijken naar Rotterdam. Eerdere edities waren met Larry Beasley (2009), Allan Jacobs (2010), Patrick Janssens (2011), Alexander Rinnooy Kan (2012) Klaus Overmeyer (2013). Voor het eerst dit jaar krijgt de Guest Urban Critic een podium op het Stadmakerscongres.

Fotoverslag bezoek Uli Hellweg

Ter voorbereiding op het Stadmakerscongres deed Uli Hellweg alvast twee dagen Rotterdam aan. De aftrap was op maandagavond 3 november met een diner en een expertmeeting in Hotel New York. De aanwezige gasten waren Fred van Beuningen, directeur Rotterdam Partners; Kristian Koreman, ZUS; Astrid Sanson, directeur Stadsontwikkeling; Maarten Hajer, curator IABR; George Brugmans, directeur IABR; Mariet Schoenmakers, chroniqueur Van der Leeuwkring; Charlie Martens en Petra Rutten, board Van der Leeuwkring; Patrick van der Klooster, directeur AIR Foundation en Arie Lengkeek, programmaleider AIR Foundation.

1 2 4 3 23 5

 

De volgende dag volgde een ontbijt met Henk Oosterling, filosoof en oprichter Rotterdam Vakmanstad, waarna met Mattijs van Ruijven, hoofd Stedenbouw, en Harry Jan Bus van theater Walhalla met de fiets een tocht over katendrecht is gemaakt. Vervolgens werd de afrikaanderwijk coop bezocht, om vervolgens door te fietsen naar de Markthal en aldaar te lunchen in gezelschap van Renske van der Stoep, MVRDV project architect; Han van den Born, KCAP supervisor Laurenskwartier; Martin Aarts, urban planning Laurenskwartier; Bernadette Janssen, Van der Leeuwkring; en Fanny Smelik, Project Manager IABR.

17 18 19 20 22 21

 

Na de lunch werd koers gezet richting het Dakpark, Parkboulevard en Merwe4haven, waar Hans Beekman, directeur Ruimtelijk Economische Ontwikkeling, Luuk Prevaes, directeur Stadshavens, en Els Desmet, als socioloog betrokken bij de ontwikkeling van het Dakpark, werden ontmoet. Vervolgens werd een wandeling langs het Zomerhofkwartier, de Hofbogen, het Waterplein, de Luchtsingel, het Schieblock en het RCD gemaakt, samen met: Paula Verhoeven, directeur Duurzaamheid en Klimaatverandering; Ron Voskuilen, algemeen directeur Stedelijke Ontwikkeling; Myron Freeling, gemeente Rotterdam; Jeroen Laven, Stipo; Marije Faber en Gijs van der Kleij, Hofbogen; Dirk van Peijpe, de Urbanisten.

7 8 9 10 11 12 13 14 15 16

 

Rotterdam heeft een verhaal nodig, interview Vers Beton met Uli Hellweg

Wat hebben de Luchtsingel, het Wijkwaardenhuis, het Dakpark en de Markthal met elkaar gemeen? Ze stonden begin november allemaal op het programma van Uli Hellweg, directeur van de Internationale Bouwtentoonstelling (IBA) Hamburg. Architectuurcentrum AIR nodigde hem uit om als Guest Urban Critic met een frisse blik naar de stedelijke ontwikkeling van Rotterdam te kijken en stuurde hem op pad met de vraag: ‘Hoe bouwen we aan connectiviteit als stadscultuur?’. Oftewel: ‘Hoe kun je los van de tegenstelling tussen top-down (ontwikkelingen die zijn opgelegd door bijvoorbeeld de overheid) en de private bottom-up initiatieven, verbindingen maken tussen verschillende partijen in de stad?’. Vers Beton sprak Hellweg na een dag vol indrukken in de trein naar Schiphol. Wat zijn uw eerste indrukken van Rotterdam? “In alles wat ik vandaag gezien heb, is het voelbaar dat de stedelijke ontwikkeling zich in een omwentelingsproces bevindt. In deze tijd waarin de middelen schaars zijn, heeft de gemeente veel beperktere mogelijkheden en kan niet meer zo vrij regeren als twintig jaar geleden. Van die rol moet dus afscheid worden genomen, maar de gemeente weet nog niet precies wat haar nieuwe rol is.” “Natuurlijk is de gemeente er voor het gemeenschappelijk belang, maar aan de andere kant wordt er nu ook van haar verwacht dat zij burgerinitiatieven mogelijk maakt en versterkt. Die relatie tussen de gemeente en de bottom-up initiatieven is nog ambivalent. Je kunt het de gemeente ook niet kwalijk nemen dat er nu nog geen volledig heldere visie ligt, maar die omwenteling is erg sterk voelbaar in Rotterdam.” Bij welke projecten vond u dat het treffendst? “Wat mij opviel is dat ik vandaag meerdere malen het begrip ‘carte blanche’ gehoord heb. Onder meer van Petra Rutten van Heijmans die in nauwe samenwerking met de gemeente, Katendrecht heeft aangepakt. Maar het kwam ook voorbij tijdens de wandeling door het Zomerhofkwartier, dat door Stipo en Havensteder onder de noemer ‘slow-urbanism’ op een alternatieve manier wordt ontwikkeld.” Of blijkt dan dat het enkel een strategie is om te overwinteren? Dat is de grote vraag.“Het geeft de indruk dat er ook bij de instituties, ontwikkelaars en investeerders een bereidheid is om op nieuwe manieren na te denken over stedelijke ontwikkeling. Dit komt waarschijnlijk door de crisis. Ze hebben zelf ook door dat ze met de oude aanpak aan het eind van hun Latijn zijn. Tegelijkertijd kun je je afvragen of de lessen die nu geleerd worden, standhouden op het moment dat de economie weer aantrekt. Of blijkt dan dat het enkel een strategie is om te overwinteren? Dat is de grote vraag.U was van 2001 tot 2007 directeur van de Internationale Bouwtentoonstelling (IBA) Hamburg. Wat houdt zo’n IBA eigenlijk in? “Een IBA is niet alleen een tentoonstelling. Een IBA vindt plaats in een bepaald gebied en de opzet is altijd tweeledig. Aan de ene kant is het een levend laboratorium voor stedelijke ontwikkeling, aan de andere kant de motor voor de stedelijke ontwikkeling voor het specifieke gebied waar ze plaatsvindt. Het thema van een IBA komt dan ook altijd voort uit die specifieke plek. Daarnaast manifesteert een IBA zich altijd in gebouwde voorbeelden. Aan het eind is er dan een school gebouwd waar een nieuw schoolconcept is ontwikkeld of een woningbouwproject met innovatieve kenmerken. Een IBA probeert dus altijd door voorbeeldprojecten een plek te veranderen. Wat dat betreft heb ik in Rotterdam ook al projecten gezien die zo’n betekenis zouden kunnen hebben, zoals bijvoorbeeld de Luchtsingel.” Metrozonen Door zijn ervaring als directeur van de IBA Hamburg verscheen Uli Hellweg in Rotterdam op de radar. De buitengewone omstandigheden die door hun opzet als laboratorium voor stedelijke ontwikkeling ontstaan, maken IBA’s tot een sterk middel voor stedelijke vernieuwing en brengen dikwijls de gebieden waar ze plaatsvinden in beweging. Het is niet de bedoeling het IBA-format naar Rotterdam te kopiëren, maar om te kijken op welke manier de lessen uit Hamburg ook voor Rotterdam relevant zijn. Zo stond het scheppen van verbindingen ook tijdens de IBA Hamburg hoog op de agenda. Deze IBA vond plaats in Wilhemsburg, een verloedert stadsdeel ten zuiden van het centrum van Hamburg. Hellweg: “In Wilhelmsburg hadden we als één van de hoofdthema’s ‘metrozonen’, gebieden binnen de metropool die door bijvoorbeeld verkeersstructuren of havengebieden sterk afgescheiden van elkaar zijn. Het creëren van verbindingen was daar één van de belangrijkste thema’s.” Hoe ziet u het thema connectiviteit in relatie tot Rotterdam? “Net zoals Wilhemsburg is Rotterdam sterk beïnvloed door het modernisme. Dat wil zeggen dat het stadscentrum een scheiding van functies kent, met een grote nadruk op verkeersinfrastructuur. Die fysieke barrières creëren weer mentale barrières.Daarom zijn historische stadskernen zo geliefd, want daar zijn geen barrières tussen wonen en werken of verschillende buurten.” “Er is dan ook een heel nauwe verbinding tussen ruimtelijke interventies en dat wat bijvoorbeeld Henk Oosterling op Zuid doet met Rotterdam Vakmanstad. Hij probeert vanuit het basisonderwijs vakmanschap op de kaart te zetten. Hij denkt in netwerken en door op verschillende niveaus sociale netwerken te smeden, wordt het voor zijn leerlingen mogelijk om uit de bestaande structuren weg te komen. Ruimtelijke connectiviteit kan zulke processen ondersteunen. Dat zag je heel goed bij de Luchtsingel, die door het scheppen van een ruimtelijke verbinding ongetwijfeld zal bijdragen aan het verbinden van gebieden eromheen.” Dat klinkt als een erg holistische aanpak, heeft een stad niet ook conflict nodig? “Ja, maar dat heeft een stad sowieso! Een stad is natuurlijk niets anders dan een beschaafde arena waarin conflicten opgelost kunnen worden. Maar dat lukt alleen op het moment dat partijen die met elkaar in conflict zijn, met elkaar communiceren. En wat ik de afgelopen dagen heel indrukwekkend vond, is dat hoewel de initiatieven en partijen die ik gesproken heb allemaal een andere aanpak hebben ze wel heel open en fair met elkaar in contact treden.” “Wat stichting Freehouse in het Wijkwaardenhuis aan de Afrikaandermarkt doet met zijn focus op het creëren van nieuwe markten en werk in de wijk en het versterken van bestaande structuren, is iets heel anders dan wat er op Katendrecht gebeurt. Daar ligt de focus veel meer op het upgraden van het gebied, op het aantrekken van hoogwaardige cafés en restaurants. Maar daar vindt wel uitwisseling plaats. En dat werkt alleen op het moment dat er verbindingen zijn tussen die verschillende stedelijke groepen. Op dit moment hebben ze wel nog allemaal hun eigen verhaal, een eigen narratief, maar ik kan me voorstellen dat er op den duur ook een Rotterdams verhaal is waar ze allemaal onderdeel van uitmaken. Dat er uit die decentrale, heel lokale verhalen een verhaal van de stad voortkomt.” Tot slot, heeft een stad zo’n narratief nodig? “Ik geloof wel dat het voor een stad gunstig is om zich nationaal en internationaal met een coherent verhaal te presenteren. Dat hoeft helemaal geen marketingconcept te zijn, dat mag best ruw. Maar ik denk dat het goed is als mensen zich niet enkel identificeren met hun wijk of hun directe leefomgeving, maar dat ze zich ook onderdeel voelen van de stad als geheel. Iedere stad heeft een verhaal nodig.   Dit artikel verscheen oorspronkelijk op Vers Beton

IBA Hamburg 2006 -2013 An Initial Review

‘IBA Hamburg – an initial review’ is een door Uli Hellweg geschreven tekst die na 7 jaar IBA terugblikt op de ontwikkelingen, waarbij zowel de methode van de IBA als  het proces van de IBA in Hamburg wordt belicht. De methode IBA wordt door Hellweg beschreven als een open proces dat ontvankelijk is voor vernieuwing en waarbij men zichzelf steeds opnieuw moet uitvinden: ‘precisely because an IBA is not primarily an one-dimensional architectural exhibition but a complex building culture process, it finds itself in an area of conflict between very different interests and expectations that constitutes a brand new challenge for every IBA. Every IBA has to reinvent itself within this area of conflict’. Ook al komt de term er niet in voor, de quote draait volledig om connectiviteit. De methode IBA richt zich op het creëren van speelvelden waarbinnen conflictsituaties zo goed en zo voordelig mogelijk kunnen worden uitgespeeld. Een ‘open structuur’ en een voortdurende wil van het ‘leren door doen’ zijn daarbij sleutelbegrippen en maken de methode IBA en daarmee deze tekst waardevol voor het Stadmakerscongres 2014. Ook het proces van de IBA in Hamburg is interessant voor ons. Dat komt door de gelijkenis van de problematiek van Hamburg met die van Rotterdam. Beide steden zijn opgedeeld door een rivier en kampen met het probleem van ongelijkheid tussen beide helften. De IBA Hamburg heeft zich in Hamburg nadrukkelijk bezig gehouden met deze problematiek.

Klik hier voor het artikel:

IBA An initial review

IBA Hamburg 2013: Sprung über die Elbe nach Wilhelmsburg, verslag IBA in Bauwelt

‘IBA Hamburg 2013: Sprung über die Elbe nach Wilhelmsburg’ is een verslag van de IBA in Hamburg uit het blad Stadtbauwelt. Het geeft heel algemeen de aanleiding van deze IBA weer en beschrijft een aantal van zijn specifieke projecten.

In het kort, de aanleiding voor de IBA Hamburg was in 2004 de ‘Sprung über die Elbe’, oftewel het idee om een geïsoleerd en lang vergeten stadsgedeelte opnieuw met de stad te verbinden. Ontwikkeling van dit gebied werd gezien als een belangrijk speerpunt om als stad te kunnen doorgroeien.

Door de ‘Sprung über die Elbe’ lang verwaarloosde wijken in het zuiden van Hamburg het nieuwe brandpunt van stedelijke ontwikkeling, met name Wilhelm, Veddel en Harburg binnenhaven. De eerste twee aangewezen wijken, ook wel bekend als ‘Elbe eilanden’, boden de mogelijkheid om een nieuwe ‘Stadt in der Stadt’ te bouwen, oftewel nieuwe stadskernen te ontwikkelen. Daarvoor werden meer dan 60 projecten gestart, verspreid over een breed scala aan activiteiten. Bouwen, renoveren, herinrichten, maar ook buurtactiviteiten en het onderwijzen van de jeugd.

 

Klik hier voor het artikel:

IBA Hamburg 2013: Sprung uber die Elbe nach Wilhelmsburg

 

Klik hier voor een tekstversie op a4 formaat:

IBA Hamburg 2013 Sprung über die Elbe nach Wilhelmsburg

 

 

„Die wahre IBA gibt es nicht“, interview van Stadtbauwelt met zeven IBA-makers

‘Die wahre IBA gibt es nicht’ is een interview van Stadtbauwelt met zeven IBA-makers. De protagonisten zijn aan tafel gebracht om over het thema, de veranderingen en de conflicten te spreken, waarmee het inmiddels 110 jaar instrument voor stedelijke vernieuwing is geconfronteerd in de eenentwintigste eeuw.

Wat de zeven IBA-makers delen, is de opvatting dat een ‘Ausnahmezustand auf Zeit’, oftewel het uitroepen van een noodtoestand op z’n tijd, nodig is. Tijden veranderen en daarmee methoden. Dit geldt, zo stellen zij, niet alleen voor Duitsland maar ook voor omringende landen. In dit interview geven de zeven IBA-makers hun visie op de kritische herbezinning die de IBA heeft doorgemaakt en welke vruchten daarvan geplukt kunnen worden.

Het interview legt de kritische herbezinning die continu in de werkwijze van de IBA doordringt goed weer en sluit daarmee goed aan bij de intentie van het Stadmakerscongres om voortdurend te willen leren en doormiddel van feedforward loops steeds de aansluiting bij de toekomst te vinden.

 

Klik hier voor het artikel:

Die wahre IBA gibt es nicht

 

Klik hier voor een tekstversie op a4 formaat:

Die wahre IBA gibt es nicht

IBA Reflections, toetssteen van IBA-projecten

Hoe omvangrijk en complex ook, alle IBA projecten worden getoetst aan de hand van deze 7 overzichtelijke punten:

 

Reflections

Metropolis: Education, IBA als lerende praktijk

‘Why does the IBA concern itself with educational policy?’, zo begint dit artikel. Bouwen en leren, zo stelt de IBA, zijn twee kanten van dezelfde medaille. Bouwen is maken en ook met leren maak je iets, namelijk mens en cultuur.

Het Stadmakerscongres 2014 draait om ‘lerende praktijken rond opkomende actoren in Rotterdamse strategische projecten’. De stad als dynamisch speelveld waarin door alle actoren continu geleerd, gebouwd en gemaakt wordt, dat is het ideaal. Want de stad is voortdurend in verandering en moet door middel van feedforwardloops en andere lerende capaciteiten door zijn stadmakers steeds opnieuw begrepen worden. Van de IBA hopen we te leren hoe de juiste condities worden geschapen voor stadsontwikkeling als lerend proces.

Klik hier voor het artikel:

Metropolis: Education

IBA City Dialogue, IBA over de noodzaak van dialoog

De dialoog is een essentieel onderdeel van stadsontwikkeling. In een stad zitten nu eenmaal partijen met verschillende belangen. Hoe kunnen verschillende mensen met verschillende wensen toch samen aan de stad werken? Connectiviteit draait ook hier om: dat mensen echt met elkaar in contact komen, ideeen uitwisselen en elkaar proberen te begrijpen.

Klik hier voor het artikel:

IBA City Dialogue