Derde stadstafelgesprek: connectiviteit en het probleem van vrijblijvendheid
Het derde stadstafelgesprek haalt het thema ‘connectiviteit’ en daarmee het hele Stadmakerscongres uit de sfeer van de vrijblijvendheid. Wat houdt het mobiliseren van het ‘investerend vermogen’ en het bouwen van een leeromgeving nou eigenlijk concreet in?
Door: Ties Wols
Anke Griffioen stelt dat het Stadmakerscongres weliswaar barst van de ambitie, maar plaatst de kanttekening dat soortgelijke initiatieven veel vaker voorbij zijn gekomen, ook vanuit de gemeente (Rotterdammer gericht werken, vitale coalities, verschillende allianties). Connectiviteit moet geen zalvende term worden voor het wegmasseren van bestaande problemen, diepgeworteld in Rotterdamse structuren.
Structurele problemen
De aanzet is dus al vaker gezet, maar werkelijk verbinding wordt in veel gevallen niet gemaakt. Volgens Anke Griffioen verhullen alle pogingen tot nu toe een echte analyse van processen en structurele problemen in de weg staan. Wat zijn deze structurele problemen? Volgens Gert-Joost Peek, lector gebiedsontwikkeling aan de Hogeschool van Rotterdam, zit Rotterdam nog in een prematuur stadium waarin iedere partij onafhankelijk van de ander denkt, inclusief de gemeente zelf. Leo de Bruijn van de PvdA Rotterdam beaamt dat de gemeente lange tijd teveel in zichzelf was gekeerd, maar ziet toch een kentering op dit moment.
Het in zichzelf gekeerd zijn heeft echter als resultaat gehad dat de gemeente heeft ingeboet aan dynamiek. Samenwerking is goed te realiseren als het aankomt op projecten die passen binnen de eigen visie van de gemeente (Markthal, EUC etc). Maarten Frens, de founding Dean van het EUC, is bijvoorbeeld erg blij met de gemeente, want het verleende uiteindelijk volledige medewerking waardoor het EUC nu in een volledig gerenoveerd historisch pand zetelt midden in het centrum. Echter, wanneer je als partij iets buiten deze grote projecten wilt doen en dus echt nieuwe connecties wil aanbrengen, dan blijkt de gemeente een stugge partner en komt er uiteindelijk weinig van terecht.
Verantwoordelijk
Ook Nathalie de Vries van MVRDV ziet dat Rotterdam zich voornamelijk op grote projecten richt en dat kleine initiatieven maar weinig kans van slagen hebben. Volgens Hajo Doorn is dit een gevolg van de ‘havenbaronnenmentaliteit’, volgens Gert Joost Peek een uitkomst van het geloof in de maakbaarheid van de stad. Beide gedachten komen waarschijnlijk op hetzelfde neer; het idee dat projecten de stad maken en er buiten deze projecten niks is. Er is geen bredere culturele onderlaag waarin de projecten zijn ingebed.
Door in zichzelf gekeerde manier van denken bij de gemeente komen er wel projecten van de grond, maar komt de stad niet toe aan daadwerkelijk gebiedsontwikkeling. Daarvoor is toch meer interactie op verschillende schaalniveau’s nodig, en niet alleen de totstandkoming van grote projecten. Een ander probleem dat daarbij komt kijken is die van het eigenaarschap. Bij afgebakende projecten is het soms nog duidelijk wie er voor verantwoordelijk is. Maarten Frens is bijvoorbeeld verantwoordelijk voor het EUC en voelt zich dat ook. Maar strekt deze verantwoordelijkheid zich ook uit tot het Laurenskwartier? Alleen bij zo’n verantwoordelijkheidsgevoel ga je van projectontwikkeling naar gebiedsontwikkeling, van onafhankelijk naar connectiviteit. Maarten Frens voelt deze verantwoordelijkheid slechts beperkt, een fenomeen dat vaker voorkomt in Rotterdam.
Een nieuwe visie
Nathalie de Vries stelt dat het zou helpen als er een andere visie zou ontstaan. Hajo Doorn is echter sceptisch over de mogelijkheid van een andere manier van kijken bij de overheid, volgens hem kan de verandering alleen van onderaf komen. Alleen buiten bestaande structuren kunnen pioniers worden aangetroffen die radicaal genoeg denken om echt nieuwe visies te ontwikkelen. Al het andere is een constante herformulering van hetzelfde en verhult de structurele problemen. Hetzelfde klinkt door in de kritiek van Gert-Joost Peek en Anke Griffioen, die stellen dat de gemeentelijke structuur teveel barrières opwerpt, waardoor een fors potentieel aan creativiteit niet wordt benut.
Hajo Doorn vergelijkt Rotterdam met een woestijn, waar niks vanzelf groeit. Ondanks de negatieve connotatie is de woestijn niet per definitie negatief, want de specifieke aandacht die Rotterdamse projecten vereisen zorgt voor karakteristieke, eigenaardige projecten. Hajo Doorn werkt daarom, zo stelt hij, vanuit de begrippen subversie, anarchie en disruptie en lijkt daarmee niet te geloven in het organiseren van ‘common grounds’.
Geurt van Randeraat van MCD stelt daar tegenover dat zoiets weldegelijk kan, maar dat een verhaallijn mist tussen de grote en kleine projecten. Gert-Joost Peek ziet hier een rol weggelegd voor de architectuur biënnale als periodiek terugkerend cultureel moment om de stand van de stad te bepalen aan de hand van concrete projecten. Volgens is ‘connectiviteit’ een culturele aangelegenheid en gaat het om stad-zijn. Daarom zouden projecten veel breder moeten worden opgevat; ze beginnen niet bij het leggen van de eerste steen en eindigen bij het leggen van de laatste steen. In plaats daarvan spinnen ze zich uit over een veel langere tijdsspanne en verbinden ze zich voortdurend met hun omgeving en de toekomst van de stad, ook al zijn ze in feite ‘afgerond’. Dit sluit aan bij de ervaring van Anke Griffioen, die vaak genoeg heeft gezien dat een project volledig in elkaar stort zodra de projectleider weg is.
Om de ‘common grounds’ te organiseren zijn echter feedback en feedforward loops van groot belang; door evaluatie en herformulering van de doelen kan het gemeenschappelijke constant worden geconcretiseerd. Hier ligt ook een opgave voor de onderwijsinstellingen. Er moet niet alleen een toekomst worden ontworpen, maar er moet ook worden geleerd uit het verleden in een open learning space.
Vrijdag 10 oktober
– Nathalie de Vries, architect/oprichter MVRDV
– Hajo Doorn, oprichter WORM
– Maarten Frens, oprichter/decaan Erasmus University College
– Leo Bruijn, fractievoorzitter PvdA Rotterdam
– Geurt van Randeraat, programmadirecteur MCD
– Gert-Joost Peek, lector gebiedsontwikkeling aan HRO
– Anke Griffioen, winnares van der Leeuwprijs 2013
