Farewell to fossil, afscheid nemen op z’n Rotterdams

Rotterdam worstelt met het energievraagstuk. Het moet anders, maar hoe? En wat kunnen stadmakers bijdragen, als de gevestigde belangen in steen lijken gestold? Op het Stadmakerscongres gaan we daar over praten. Op naar een fossielvrije stad en een fossielvrije haven.

Door: Arie Lengkeek

Cas Oorthuys | Afscheid bij het vertrek van het passagiersschip de Willem Ruys van de Koninklijke Lloyd

Cas Oorthuys | Afscheid bij het vertrek van het passagiersschip de Willem Ruys

Het vertrek van het passagiersschip de Willem Ruys van de Konklijke Lloyd is een lekker Rotterdamse foto. Op dit beeld van Cas Oorthuys ligt de loopplank nog uit, aan dek staan mensen die met talloze serpentines en draden verbonden zijn met de mensen aan de wal. Elke lijn een afscheid in zich. En alle lijnen samen een netwerk tussen vasteland en verte.

Zo is het ook een beetje met de Rotterdamse ‘Energiewende’ op dit moment. De wal keert het schip, terugkeer is niet meer mogelijk. We zitten nog met talloze lijnen vast. Maar de kapitein heeft het sein vertrek gegeven. Aboutaleb gaf op de Nationale Klimaattop onomwonden duidelijkheid: over acht jaar zijn de kolencentrales op de Maasvlakte gesloten. De opening van de centrales vond, saillant detail, begin dit jaar plaats, één dag voor de ondertekening van de akkoorden van Parijs.

Een kleine triomf dus voor het jonge RKI, het Rotterdams Klimaat Initiatief. Een groep burgers, die zich druk maken om de koers die wordt gekozen met de ongelooflijke investeringen in fossiele brandstoffen voor onze energie en warmte. Zo’n achthonderd Rotterdammers ondertekenden de petitie inmiddels. Na de aankondiging van Aboutaleb was het protest op straat met name van de vakbonden en de werknemers in de centrale, om een goed sociaal plan. ‘Hou de centrale open, zet ons niet bij het vuil.’

Meesterburgers
Dat Aboutaleb zich zo uitspreekt, is politiek leiderschap. Benjamin Barbers ‘if mayors ruled the world’, is van een wens dan werkelijkheid geworden. Aboutaleb trekt het uit het technocratische spel, waarin hij niet de enige is die hierover besluit. Daarover gaan ook onder andere minister Kamp en de energiebedrijven ENGIE en Uniper. Maar hij is wel de enige die daarin iets kan zeggen over wat voor stad wij willen worden.

In wat voor stad willen wij wonen? Die vraag stellen ook stadmakers zichzelf. Toen Klaus Overmeyer in 2014 in Rotterdam was, zette hij de behoefte van die ‘agenten van verandering’ centraal. Een andere Berlijner, Christian Grauvögel van Holzmarkt, vertelde mij onlangs dat de stadmakers in Duitsland inmiddels ‘Meisterbürger’ heten. Mooi, want daarin klinkt het meesterschap en vakmanschap door. Burgers als sturende kracht.

Collectief onbehagen
Waar in domeinen als zorg, stadslandbouw, huisvesting en mobiliteit die burgers zich krachtig manifesteren en echt andere systemen inbrengen, is dat bij energietransitie anders. Daar lijkt het organiseren van collectieve actie veel moeilijker. Daar lijken de gevestigde belangen in steen gestold. De banden met de haven, de afhankelijkheid van de haven, de padafhankelijkheid van de fossiele stromen in, om en van de haven.

De stadmaker draait een spaarlamp in. De stadmaker schaft een schonere auto aan of gaat autodelen. Maar ondertussen bekruipt hem het gevoel: wat maakt het eigenlijk uit? 25 procent van de CO2- uitstoot in de stad komt uit de kolencentrales. 1 procent van de CO2 komt van huishoudens en mobiliteit. Wat maakt individuele actie dan nog uit?

Afhankelijkheidsverklaring
Die denklijn lijkt logisch. Een ontmoedigend helder. Maar hij brengt niet verder, hij zet niet aan tot handelen. Daarvoor is een ander denken nodig, een denken dat weigert om onderscheid te maken tussen groot handelen en klein handelen. Een denken dat weigert om wat ons direct aangaat, weg te leggen in systemen waar we toch geen invloed op hebben. Een denken dat droomt van massa, dat aanzet tot collectief handelen. Dat politiek maakt wat politiek is, en dat politiek maakt wat persoonlijk is.

Een mooie aanzet daartoe doen de theatermakers Rebekka de Wit en Freek Vielen. De door hen ingezette ‘afhankelijkheidsverklaring’ is een oefening om daar woorden aan te geven. Op het Stadmakerscongres willen we dat denken verbinden met het concrete dossier van de Rotterdamse transitie naar een fossiel-vrije stad. En een fossiel-vrije haven.

Aan boord
Terug naar het beeld van het vertrekkende schip, langs de Wilhelminapier. Ik dacht: we staan aan de kade. We zwaaien dat stinkende en rokende schip uit. Farewell to fossil. Maar het is anders. We staan niet op de wal. We zijn aan boord. Alle hens aan dek, nu!

Uit het essay over hoop van Rebecca Solnit op De Correspondent:

Hoop is te vinden in de veronderstelling dat we niet weten wat er zal gebeuren en dat die onzekerheid ons de ruimte biedt om iets te doen. Als je het bestaan van onzekerheid erkent, dan erken je dat je in staat bent om de gevolgen ervan te beïnvloeden – jijzelf, of jij samen met een handvol of miljoenen anderen. Hoop is het omarmen van het onbekende en het onkenbare, een alternatief voor de zekerheid die zowel optimisten als pessimisten menen te hebben.
Optimisten denken dat het allemaal wel goed komt als we niks doen. Pessimisten denken het tegenovergestelde, maar beide groepen vinden dat ze een excuus hebben om niet te hoeven handelen.
Maar de dingen die we doen, doen ertoe – ook al weten we van tevoren niet hoe en wanneer ze ertoe doen, of wie of wat erdoor wordt beïnvloed.

(Rebecca Solnit)
Lees hier het hele essay 

Op het Stadmakerscongres is er een werksessie met theatermaker Freek Vielen, waarin Arie Lengkeek verder in gesprek gaat met een aantal activisten en ervaringsdeskundigen op het gebied van de energietransitie. Met onder andere Vatan Hüzeir (Rotterdams Klimaat Initiatief), Sven Jense (Fossilvrij Amsterdam), Marten Witkamp (Stroomversnelling/De Energiesprong), Blijstroom en het Rotterdam Climate Initiative.