Mattijs van Ruijven: “Plannen uit de stad zijn soms tien keer beter dan wat wij verzinnen”
Mattijs van Ruijven is hoofd stedenbouwkundige bij Stadsontwikkeling en medeorganisator van het Stadmakerscongres. Op 30 oktober presenteert hij tijdens het congres een nieuwe kaart van Rotterdam. Stadsontwikkeling geeft daarmee een nieuw stuk gereedschap aan de stad om slimmer zélf ontwikkelingen te starten. Bovendien duidt de kaart de relatie tussen stadsontwikkelen en stadmaken.
Door: Fay van der Wall, Vers Beton
Waarom is Stadsontwikkeling medeorganisator van het Stadmakerscongres?
Omdat het goed is om in gesprek te blijven en écht samen te werken met de partijen in de stad, ongeacht of dat nou bewoners, architecten, ontwikkelaars of ondernemers zijn. De gemeente heeft minder te besteden, maar er liggen nog genoeg kansen en opgaven in de stad. Daarom moet je meer gezamenlijk optrekken. En als partijen dat ook onderling doen, levert dat vaak veel op.
Je noemt de financiële prikkel als aanleiding om op een andere manier naar stadsontwikkeling te kijken. Zijn er nog meer redenen?
De financiële kant betekent vooral dat wij ons als gemeente anders op moeten stellen en beter moeten nadenken over het effect van de eigen investering. Maar het is ook belangrijk dat goede plannen uit de stad zelf komen. Die plannen zijn soms tien keer beter dan wat wij kunnen verzinnen. Een goed voorbeeld is Theater Walhalla van Harry-Jan Bus. Hij vroeg tijdens de herontwikkeling van Katendrecht aan ons of hij een theater mocht beginnen in de oude Fenixloods. We hebben hem snel veel ruimte gegeven om dingen te organiseren. Daarmee is hij van enorme betekenis voor de gebiedsontwikkeling van Katendrecht gebleken. (Van Ruijven was vanuit de gemeente bij deze ontwikkeling als stedenbouwkundige betrokken – red.)
Met welke partijen in de stad hebben jullie te maken bij die nieuwe vorm van ontwikkelen?
De corporaties spelen een belangrijke rol in de stad, maar ook allerlei ondernemers. Kijk bijvoorbeeld naar de aanpak van de West-Kruiskade. De Alliantie West-Kruiskade en de straatmanager gingen daar het gesprek aan met de winkeliers, wat tot een heel goed resultaat leidt. Maar er zijn ook veel architecten in de stad die woningen ontwikkelen op onverwachte plekken. Joost Kuhne doet met zijn bureau heel interessante dingen op dat gebied. Deze architecten eigenen zich vreemde plekken toe en bouwen daar, waardoor de plek gaat leven. Kuhnes kantoor in de Boomgaardstraat, maar ook de woning aan de Prins Hendrikkade op het Noordereiland zijn daar voorbeelden van. Dat soort mensen zijn hard nodig. Maar er zijn ook genoeg projectontwikkelaars met verrassende ideeën die bijdragen aan het beeld waar we met de stad naartoe willen werken.
Zijn er ook momenten waarop dit vrije ontwikkelen tot minder gewenste resultaten leidt?
Soms gaat het mis, zoals bij alle ontwikkelingen. Dan worden de hoge verwachtingen niet waargemaakt. Dat hoort er bij. Zonder ruimte om te falen kan er geen creativiteit zijn. We willen uitdragen dat er in Rotterdam ruimte is om te experimenteren.
Is Stadsontwikkeling dan een soort regisseur?
Het is onze rol om in de gaten te houden dat initiatieven elkaar niet in de weg zitten, maar elkaar juist versterken. Ook kunnen we helpen dingen echt mogelijk te maken. Stadsontwikkeling beschikt over heel veel informatie over de stad. Die informatie kunnen we delen en zo nadenken over de ontwikkeling van de stad. Dat zorgt ervoor dat één plus één drie wordt.
Jullie werken aan een nieuwe kaart van de stad. Wat is dat voor een kaart?
Stadsontwikkeling heeft tegenwoordig minder mogelijkheden om een project aan te wijzen en daar zelf geld in te stoppen om het te realiseren. In plaats daarvan wordt het gesprek over de stad belangrijker. We ontwikkelen daarom een kaart die ervoor zorgt dat iedereen vanuit een gelijkwaardige positie spreekt over de lange termijn van de stad.
Het wordt echt een kaart, dus heel beeldend. In eerste instantie is de informatie statisch en zou je de kaart zo uit kunnen printen. Maar we werken het uit naar een interactieve toepassing. De huidige kaart geeft de stand van zaken weer in oktober 2015 en ontsluit de trends en ontwikkelingen die plaatsvinden in de stad. Wat we van daaruit als de grote opgaven zien, laten we bestuurlijk vaststellen. Dat is direct een voorzet voor de ontwikkeling van de stad. Het is een uitnodiging naar de partijen, dus de stadmakers, om de opgaven op te pakken en kansen voor zichzelf te pakken.
Achter de kaart zit veel informatie die openbaar te raadplegen is. Met het vrijgeven daarvan kan Stadsontwikkeling heel waardevol zijn voor de stad. De kaart helpt ontwikkelaars, investeerders, groot en klein, om afwegingen en keuzes te maken. Prijsstijging, opleidingsniveau, waar zitten scholen, waar wordt het groener: dat soort gegevens kun je met de kaart langere tijd monitoren en koppelen aan ingrepen. Zo kun je het rendement van een investering concretiseren. Het idee is dat we de opgaven en ambities op de kaart jaarlijks gaan evalueren. Kunnen we zaken afvinken, of komen er nieuwe opgaven bij?
Zien we de opgaven die er nu liggen ook al terug in de Stadlabs?
Samen met AIR streven we daarnaar. De Kop van Feijenoord bijvoorbeeld. Daar liggen ontzettend veel kansen voor de stad. Qua ligging en mogelijkheden heeft het de potentie eenzelfde proces als Katendrecht door te maken, maar om de een of andere reden komt dat nu nog niet van de grond. Met zo’n lab breng je partijen bij elkaar en zie je energie ontstaan die de wijk alvast een duwtje in de goede richting kan geven. Maar ook de manier waarop de buurtcoöperaties maatschappelijke problemen aanpakken, is heel belangrijk. Wat zij doen is iets wat de gemeente niet zo maar kan, dus dat moeten we koesteren.
Voor de leek lijkt het soms dat wat een wijkcoöperatie doet heel ver afstaat van Stadsontwikkeling. Hoe verhouden die twee zich tot elkaar?
Uiteindelijk draait het allemaal om mensen. Die moeten het prettig vinden om ergens te wonen of een plek interessant genoeg vinden om er een bedrijf te starten. Maar een gezonde wijk bestaat niet alleen uit mooie woningen en een aangeharkte buitenruimte. Er moet ook een buurtgevoel zijn, een goede mix van bewoners, een koffiebar, activiteit. Dus ook die ‘softe’ kant is belangrijk. Het klopt dat Stadsontwikkeling zich voornamelijk met de fysieke aspecten bezighoudt. Maar als een straat of een wijk goed gebruikt kan worden, stijgt op alle fronten de waarde.
Is het nieuw om op zo’n manier naar stadsontwikkeling te kijken?
Het had altijd al zo moeten zijn als nu. Maar in het verleden werd er vooraf al te veel ingevuld door de gemeente en stond de fysieke ontwikkeling centraal. De huidige situatie, waarin er minder geld beschikbaar is, dwingt tot samenwerken met meer partijen en meer aandacht voor de sociale kant. Maar het is wel heel negatief om deze ontwikkeling alleen vanuit een gebrek aan geld te zien. Ik denk dat de tijdgeest echt veranderd is. Men is oprecht toe aan een nieuwe manier van werken. Wij denken dat de kaart van de stad daarbij kan helpen.
Mattijs van Ruijven, hoofd stedenbouwkundige bij Stadsontwikkeling:“Zonder ruimte om te falen kan er geen creativiteit zijn. We willen uitdragen dat er in Rotterdam ruimte is om te experimenteren.”
Mattijs van Ruijven, hoofd stedenbouwkundige bij Stadsontwikkeling: “We ontwikkelen een kaart die ervoor zorgt dat iedereen vanuit een gelijkwaardige positie spreekt over de lange termijn van de stad.”


