Bernadette Janssen, moderator stadlab M4H: “Gaan we nou iets doen of niet?”
Het Vierhavengebied in Rotterdam-West kent een even roerig verleden als beloftevolle toekomst. Moderator Bernadette Janssen vertelt aan welke drie pilots stadlab M4H de komende tijd werkt.
Tekst: Fay van der Wall, Vers Beton
In Rotterdam-West, voorbij het Dakpark en onder toeziend oog van de monumentale Marconitorens, ligt het Merwe-Vierhavengebied, hip afgekort als M4H. Lange tijd was dit een plek waar je niks te zoeken had, tenzij je een vrachtwagen vol kwam laden met fruit. Ook tippelzone de Keileweg deed het imago weinig goed. Maar dat is allemaal verleden tijd. Het traditionele havenwerk verdwijnt en laat een gebied achter dat smeekt herontwikkeld te worden. Het begin is al gemaakt en alle betrokken partijen lijken welwillend. Bernadette Janssen vertelt bevlogen wat zij met ‘haar’ stadlab M4H bij wil dragen.
Hoe raakte je betrokken bij het Stadmakerscongres?
Ik ben stedenbouwkundig ontwerper en opgeleid in Delft. Mijn hele carrière houd ik me al bezig met zowel de inhoud als het proces van een project. Die twee wil ik niet apart zien. Na mijn opleiding heb ik heel lang bij gemeenten gewerkt, en sinds acht jaar heb ik mijn eigen bureau BVR Adviseurs, samen met Hilde Blank. Mijn laatste baan vóór BVR was voor de gemeente Rotterdam. Toen ik daar wegging, wilde ik me graag voor de stad in blijven zetten en ben ik onder andere bij AIR bestuurder geworden. Vanuit die rol ben ik al langer betrokken bij het Stadmakerscongres.
Hoe zou je M4H omschrijven?
Het is een buitendijks gebied aan de rivier en een echt havengebied. Dit was altijd de plek waar sappen en fruit werden overgeslagen. Fysiek zijn het dus pieren, sporen, havenbekkens en heel veel loodsen.
Waarom wil jij je graag met dit gebied bezighouden?
Hier heeft een bepaalde economie heel lang gefunctioneerd, maar die is nu op sterven na dood. Wat doe je dan met wat er achterblijft? Hoe ga je daarmee om? Dat fascineert me. Het is makkelijk om aan woningbouw te denken, maar dit soort gebieden lenen zich goed voor een nieuwe economie. Binnen het gebied is een deel van het Havenbedrijf. Dat stuk moet nog dertig jaar goed kunnen blijven functioneren. Maar er zijn ook delen die helemaal leegstaan en bij wijze van spreken morgen op de schop moeten.
Wat is nu de grote uitdaging in dit gebied?
Het Havenbedrijf vraagt zich af wat het met het gebied moet doen, terwijl de stad er graag mee aan de slag wil. Het bijzondere is dat ze daarin samenwerken. Het gesloten en slechte imago dat het gebied had, is ondertussen al flink aan het veranderen. Dat komt onder andere doordat Atelier van Lieshout er is gaan zitten, nu gevolgd door Daan Roosegaarde. Het wordt een beetje hip, er komen moestuinen en mensen kunnen het zich gaan toe-eigenen. De uitdaging ligt in dat proces.
Heeft het stadlab een case binnen dat proces?
Omdat het zo’n vreselijk groot gebied is, hebben we drie pilotprojecten uitgezocht. Elk heeft zijn eigen opgave, maar ook zijn eigen stakeholders en actoren. Het eerste pilotproject gaat over het zogeheten sappencluster. In dit gebied blijft het Havenbedrijf voorlopig doorwerken. De vraag die we ons daarbij stellen, is of het überhaupt meegenomen moet worden in de herontwikkeling of dat het gewoon moet blijven zoals het is. Daartoe onderzoeken we vanuit dat cluster of er iets te vinden is in innovatie, maakindustrie of lifestyle, dus iets waar de rest van het gebied wat aan heeft.
De tweede pilot is de omgeving van de oude energiecentrale. Het huidige idee is om er een campus van te maken voor productie, vergelijkbaar met de RDM Campus op Heijplaat. Belangrijke criteria voor een campus zijn internationale bereikbaarheid, opleidingen, type gebouwen, programma en de crossovers daartussen. We gaan onze plannen aan die criteria toetsen. Dat gebeurt op praktisch niveau al door de projectorganisatie, en daarom willen wij juist de wetenschap hierbij betrekken. Er wordt namelijk al veel onderzoek gedaan naar dit soort casussen.
De Marconitorens vormen de derde pilot. Eén is heel succesvol herbestemd tot de Science Tower, maar in de andere torens liggen nogal wat vierkante meters te wachten. Die noemen we de ‘leftovers’. We gaan onderzoeken of hier woningbouw mogelijk is. Dat gaan we enerzijds doen met een heel traditionele club van makelaars en ontwikkelaars. Van hen willen we weten welke criteria en ingrediënten er nodig zijn om de torens tot een succesvolle woonbestemming te maken. Anderzijds gaan we dat doen met een groep creatievelingen. We willen hen echt los laten gaan op de mogelijkheden van de torens. Door de resultaten van die twee perspectieven tegen elkaar af te zetten, willen we met een op de markt gericht acquisitierapport komen.
Uit welke mensen bestaat het lab?
Op dit moment zijn dat mensen die bij de gemeente en het Havenbedrijf werken of in het gebied ondernemen. Daarnaast willen we expertise van buiten halen. De wetenschappers die we bijvoorbeeld willen inzetten bij de productiecampus vind je niet in het gebied zelf. De drie projecten, provocaties noem ik ze ook wel, zijn nu de basis voor het uitnodigen van anderen. Dit doen we zowel gericht als via een open oproep op de website voor alle mensen die ons daarmee kunnen helpen.
Hoe bedoel je dat, provocaties?
We proberen een beetje te prikkelen. Het enige in het gebied wat altijd succesvol en verhuurd is geweest, zijn de torens. Juist die gaan wij nu de ‘leftovers’ noemen. Iedereen heeft de mond vol van innovatie, maar ondertussen hebben we gewoon met een traditionele haven te maken. Gaan we nou iets doen of niet?
Waar in het proces bevinden jullie je nu?
Met de nieuwe genodigden gaan we in de zomer de bijeenkomsten houden. Eind augustus willen we inventariseren wat we hebben om te bepalen wat nog verdieping nodig heeft.
Welke uitdagingen verwacht je nog?
Het kan wel eens te veel worden, want alles is zo leuk. We pakken het gewoon aan, maar de haalbaarheid is wel een risico.
Wat wil je in oktober bereikt hebben?
Die vraag vind ik best lastig omdat het echt een studie is. Maar we willen in ieder geval antwoorden op de vragen die we stellen bij de projecten. Dat moeten bovendien antwoorden zijn waar de gemeente en het Havenbedrijf écht iets mee kunnen.
Arie Lengkeek, AIR: “Het stadsmakerscongres onderzoekt in M4H vooral hoe je op een dynamische manier kan plannen in een gebied. Processen sturen vanuit een visie en tóch met onvoorziene omstandigheden om kunnen gaan, dat is de uitdaging. Het gebied M4H is hier een uitgelezen locatie voor. Veel lijkt daar onvoorzien te gebeuren, terwijl veel wat gepland is niet van de grond komt. Er wordt vanuit de gemeente al langer op intelligente wijze omgegaan met partijen en bewegingen in het gebied. Maar we willen verder door ook een ruimte voor vrijdenken te creëren, dus buiten de bestaande kaders, maar wel in contact daarmee. Aannames en ambities worden getoetst aan reële behoeften. Uiteindelijk willen we ontdekken hoe je binnen de onvoorspelbaarheid toch aan continuïteit kan werken.”
Stadlab #7
M4H
Havengebied in transformatie heeft jaren publieke plangeschiedenis. Bereikt nu kritisch kantelpunt. Op zoek naar condities voor succes van dit gemengde innovatiemilieu: schakelend tussen groot en klein, innovatief én bestaand. Stadmakersgebied sinds 1980. Duidt en duwt de kanteling van nu.
Bernadette Janssen, moderator stadlab M4H: “Het kan wel eens te veel worden, want alles is zo leuk. We pakken het gewoon aan, maar de haalbaarheid is wel een risico.”
Bernadette Janssen: “De drie projecten, provocaties noem ik ze ook wel, zijn nu de basis voor het uitnodigen van anderen. Dit doen we zowel gericht als via een open oproep op de website voor alle mensen die ons daarmee kunnen helpen.”

