Biedt stadlab Luchtkwaliteit de oplossingsstrategie van de toekomst?

Een groep bewoners wil een stadsbreed probleem oplossen: slechte luchtkwaliteit. Ideeën zijn er te over, variërend van mos planten tot een watervernevelingssysteem. Het resultaat zou zo maar eens een compleet nieuw concept kunnen opleveren om stedelijke uitdagingen mee aan te gaan.

Door: Celeste Boddaert, Vers Beton

De Rotterdamse ’s-Gravendijkwal staat bekend als één van de meest vervuilde straten van Nederland. De Europese grens voor de uitstoot van fijnstof op het Maastunneltracé – de verkeersader die vanaf de Beukelsdijk tot het Droogleever Fortuynplein door deze straat loopt – wordt vaak overschreden. Dat is niet alleen een doorn in het oog van de bewoners rond de verkeersader, maar ook in het oog van de gemeente. Zij kan namelijk sinds 1 januari 2015 boetes vanuit Europa verwachten.

De gemeente deed daarom in 2014 een oproep aan bewoners om met goede ideeën te komen om de luchtkwaliteit van deze straat te verbeteren. Dat leverde allerlei individuele voorstellen op, maar overleg met de gemeente hierover gaf niet bij alle bewoners het gewenste resultaat. In hun ogen duurde het namelijk te lang voordat de gemeente tot actie overging. Een aantal bewoners bundelden daarom hun krachten, vroegen een budget aan bij het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie en voilà: het stadlab Luchtkwaliteit was geboren.

Inspiratie

Het stadlab Luchtkwaliteit bestaat uit acht actieve bewoners rond de ’s-Gravendijkwal. Kartrekkers zijn Marieke de Keyzer en Robbert de Vrieze. De Keyzer is landschapsarchitect en eigenaresse van STEK, een stadstuinwinkel op de Nieuwe Binnenweg, terwijl De Vrieze actief is als ontwerper, architect en gebiedscommissielid voor WIJ Delfshaven.

Met het stadslab hebben zij twee doelen. Ten eerste moet het lab de bestaande ideeën uitwerken om de luchtkwaliteit op de ’s-Gravendijkwal te verbeteren. Ten tweede moet er in oktober een palet aan inspiratie en maatregelen liggen voor andere straten of steden die hun luchtkwaliteit willen verbeteren. Ook moet dit palet het proces dat daarbij komt kijken inzichtelijk maken.

Ondersteuning

Stadlab Luchtkwaliteit is binnen het Stadmakerscongres een bijzondere. Het houdt zich namelijk bezig met een structureel probleem (de infrastructuur en leefbaarheid van de stad), terwijl het ‘slechts’ door een groep wijkbewoners is geïnitieerd. Dit zijn zogezegd nieuwe spelers in de ontwikkeling van de stad, waarbij zij op een onderzoekende manier tot oplossingen voor hun probleem willen komen.

Moderator Frans Soeterbroek is aangewezen door het Stadmakerscongres om dit stadlab bij te staan. Hij heeft namelijk ervaring met gebieds- en stadsvernieuwing en weet als geen ander hoe je enerzijds bewoners en initiatiefnemers en anderzijds institutionele partijen als de overheid bij elkaar kunt brengen. Soeterbroek gaat daarom ondersteuning geven bij de verschillende fasen van het proces.

Experimenteerfase

Het stadlab heeft alle ideeën gebundeld die de luchtkwaliteit in het Maastunneltracé kunnen verbeteren. Het plan is nu om in ieder geval van een aantal voorstellen prototypes te maken. Zo wil het een groene overkapping van 200 meter over de ’s-Gravendijkwal plaatsen. Deze zogeheten ’s-Gravendijkwasstraat bestaat uit een watervernevelingssysteem dat schadelijke stoffen, zoals fijnstof en stikstof, bindt en vervolgens afvoert via het riool. Ook bestaat het idee om een haag bomen langs de straat te planten die de fijnstof kan opnemen. Bovendien wil de groep experimenteren met de beplanting van mos, een plantensoorten die een maximale hoeveelheid fijnstof opneemt.

Soeterbroek stelt direct een aantal vragen bij deze oplossingen. “Hoe bundel je al die voorstellen die er liggen tot een structurele oplossing? En wie bepaalt welk idee straks afvalt?” De Keijzer verwacht dat de tijd voor rechter zal spelen. “De methode die op korte termijn het beste resultaat geeft, wordt waarschijnlijk uitgevoerd. Ook kunnen we verschillende methodes combineren. Je kunt bijvoorbeeld mos laten groeien in combinatie met een watervernevelingssysteem.” Deze experimenteerfase moet uitsluitsel geven welk voorstel het beste en het snelste werkt.

Kleine schaal

Het stadlab heeft de periode tussen de kick-off van het stadsmakercongres en eind 2015 opgedeeld in vijf fases. Fase één, de introductie van de plannen, is al afgerond. Het stadlab zit daarom nu in fase twee: meten. Met zijn bescheiden budget heeft het lab daarom een meetapparaat aangeschaft om de weerbarstige vervuiling te meten. De luchtkwaliteit ligt op verschillende plekken en tijden namelijk vaak ver uit elkaar. Door daar rekening mee te houden, kan het stadlab de effecten van de maatregelen duidelijk in kaart brengen.

Deze zomer volgt de ontwerpfase van de prototypes. De bewoners willen daarna de methodes op kleine schaal uitvoeren en de effecten meten. Fase vier vindt plaats tijdens het congres zelf, want dan wordt duidelijk hoe het stadlab opereerde en welke resultaten het heeft geboekt. De laatste fase is de evaluatie, inclusief de belangrijke stap om het proces in kaart te brengen en dit over te brengen op anderen. Want wat is er voor nodig om betere luchtkwaliteit op kleine schaal voor elkaar te krijgen? En wat kunnen bewoners zelf doen om niet te veel verontreinigde lucht binnen te krijgen?

Guerilla-actie

Eén van de hobbels voor de uiteindelijke uitvoering van de maatregelen is de gemeente. Het aanbrengen van water, planten of mos staat of valt namelijk met haar medewerking en geld. Het stadlab en de ambtenaren zijn al eens samengekomen, maar sindsdien zijn er ook weer mensen afgevallen. De ambtenarij werkt nu eenmaal anders dan een groep bewoners.

Soeterbroek heeft veel ervaring met dit soort problemen. Zijn advies: “Je moet de aandacht krijgen van de mensen die op de juiste plek zitten. Dat zijn de beslissers die over het groen in de stad gaan, maar ook zij die over het geld gaan.” De adviseur geeft als tip mee om soms te verrassen. “Doe een guerrilla-actie om de beslissingsmakers wakker te schudden. Plant in één keer allerlei planten zodat de media het zien en er wel aandacht voor jouw actie móét komen. Dit werkt vaak sneller dan de ‘officiële’ weg.”

Bonte verzameling

Ook benadrukt Soeterbroek dat je moet proberen de juiste mensen om de tafel te krijgen. “Vaak is het zo dat als je één ambtenaar hebt overtuigd van de noodzaak van je plannen, je bij de volgende afdeling weer opnieuw kunt beginnen met het bewijzen van je verhaal. Dit proces kun je naar voren halen door beslissers tegelijkertijd te informeren en met elkaar in gesprek te laten gaan op een bijeenkomst. Dit scheelt een hoop tijd bij het realiseren van je plan.”

De Vrieze stelt daarnaast voor om de verschillende fasen vast te leggen op papier, video en foto. Zo ontstaat er een mooi overzicht van de interactie tussen de bonte verzameling ‘stadlabbers’ (zoals kunstenaars, ontwerpers, ondernemers en een uitvinder) en Soeterbroek die als moderator dit proces volgt, vastlegt en verder helpt.

Volgens Arie Lengkeek, verantwoordelijk voor de leer- en innovatietrajecten bij AIR, bevindt dit stadlab zich in de bijzondere situatie waarin een nieuwe set spelers een structureel probleem aanpakt. “Dit kan er weleens voor zorgen dat dit stadlab een voorbeeld wordt voor een nieuwe oplossingsstrategie. Deze strategie kan in de toekomst ook voor andere problemen in de stad worden gebruikt.”

stadlab #2

Luchtkwaliteit

Onderzoekt en ontwikkelt ruimtelijke ingrepen die de luchtkwaliteit in de stad verbeteren, met de ’s Gravendijkwal als testcase. Geen technocratische totaaloplossing maar vanuit lichte coalitie meedenkers, stapsgewijs in een publiek leerproces.

Terug naar de startpagina van Stadlab Luchtkwaliteit

Frans Soeterbroek, moderator: “Doe een guerrilla-actie om de beslissingsmakers wakker te schudden. Plant in één keer allerlei planten zodat de media het zien en er wel aandacht voor jouw actie móét komen. Dit werkt vaak sneller dan de ‘officiële’ weg.”

Arie Lengkeek, verantwoordelijk voor de leer- en innovatietrajecten bij AIR: “Dit kan er weleens voor zorgen dat dit stadlab een voorbeeld wordt voor een nieuwe oplossingsstrategie. Deze strategie kan in de toekomst ook voor andere problemen in de stad worden gebruikt.”