Stadlab gebiedscoops: van groot naar klein en andersom

Het lijkt een vreemde eend in de bijt, maar ook het stadlab gebiedscoop wil de stad maken. Wijkcoöperaties leren hierin van experts en elkaar om de potentie van de wijk optimaal te benutten. “Misschien is klein wel het nieuwe groot.”

Door: Jenny de Nobel, Vers Beton

Het stadlab gebiedscoops is bijzonder. Anders dan de andere stadlabs is het niet aan te wijzen op een kaart, want het beperkt zich niet tot een wijk, buurt of straat in Rotterdam. Integendeel. Dit stadlab heeft op meerdere plekken tegelijk voeten in de aarde. Zo worden in het Oude Noorden, de Afrikaanderwijk en Delfshaven via wijkcoöperaties problemen opgelost door gebruik te maken van de potentie die in deze wijken aanwezig is. Het stadlab gebiedscoops brengt de afzonderlijke wijkcoöperaties bijeen en verkent de mogelijkheden van een gebiedscoöperatie.

Grote ambities
De voornaamste eigenschap van een wijkcoöperatie is het zelforganiserend vermogen. Behoeften die in een wijk spelen, worden omgezet in een actieve organisatie die door bewoners zelf wordt gerund. Met kleinschalige projecten, zoals het beter isoleren van woningen, worden grootschalige problemen als werkloosheid aangepakt. Zonder inmenging van grote instituten of de overheid zoekt de wijkcoop naar lokale oplossingen voor problemen in een wijk. Vaak zijn dit grote ambities voor kleinschalige organisaties.

Het creëren van nieuw werk is voor alle Rotterdamse coöps een prioriteit. Dit gebeurt op verschillende manieren: in Delfshaven in de ambachtelijke maakindustrie, in de Afrikaanderwijk in het naaiatelier en in Noord via klus- en onderhoudswerk.

Kapitaalkrachtiger
In het stadslad gebiedscoops komen de verschillende wijkcoöps, met al hun vragen en ervaringen, bijeen. Martien Kromwijk, oud-bestuursvoorzitter van Woonbron en tegenwoordig werkzaam als wethouder in de gemeente Bodegraven, overziet dit proces. Kromwijk: “We willen een solidaire kring creëren waarin vooropstaat wat we van elkaar kunnen leren. De afzonderlijke coöps hebben de handen meer dan vol aan zichzelf. Wij nemen ze daarom op een speelse manier mee voor een blik in elkaars keuken.”

De wijkcoöperatie tast de grenzen van een hernieuwde economie af. Een wijkcoöp berust namelijk niet op grootschalige, planmatige interventie en wacht niet tot de gemeente ingrijpt. Deze organisaties proberen juist te focussen op de competenties van de mensen in de gemeenschap en die in te zetten om een buurt te verbeteren. Kromwijk: “Een coöp wil een gebied sterker en kapitaalkrachtiger maken en daarmee meer inkomen, perspectief en geluk voor de bewoners genereren. Maar iedereen zal dat weer anders formuleren. Ook daar zijn we nieuwsgierig naar. Wat gaan de uitwisselingen in het stadlab ons over onszelf leren?”

Versnelde leercurve
Tijdens de aftrap van dit stadlab, die plaatsvond op 30 april, wordt direct duidelijk dat alle betrokken partijen de basisprincipes van kleinschaligheid en zelforganisatie omarmen. De uitvoering hiervan is alleen lang niet zo eenduidig. Bovendien blijkt het een hele uitdaging om een organisatie te creëren die op eigen kracht een deel van de stad wil reorganiseren.

Ten eerste zijn er vragen over de (juridische) identiteit van de coöp. Een coöperatie is namelijk een speciale vereniging waarbij de leden als het ware zelfstandig samenwerken en delen in zowel de winst als de aansprakelijkheid. Kromwijk: “Of dit de ideale rechtsvorm is, moet nog blijken. De meeste coöperaties dragen de coöp wel in hun naam, maar zijn ondertussen een stichting. De wijkcoöp in de Afrikaanderwijk is een bedrijf. Elke vorm lijkt voor- en nadelen te hebben. Door die uit te wisselen, hopen we op een versnelde leercurve”.

Ondernemerschap
Maar het vraagstuk over identiteit gaat dieper dan de juridische vorm van de organisatie. Hoe verenig je een ideologisch doel met economische duurzaamheid? Moet je een bedrijf zijn om ergens bedrijvigheid te creëren?

Dit thema is het onderwerp van gesprek met sociaal ondernemer Nathan Rozema, initiatiefnemer van Wijkcooperatie.nl en adviseur van wijkcoöps. Zijn uitgangspunt is ondernemerschap. Tijdens een vuurkorf-bijeenkomst in het midden van een van de wijken wordt hij bestookt met vragen. Hoe start je een wijkcoöp? Waarom is subsidie geen goed idee? Hoe zorg je voor professionele mensen?

Oplossingsparadox
Rozema benadrukt dat sociaal ondernemerschap niet per se knullig is. Commercieel en maatschappelijk belang hoeven elkaar niet uit te sluiten. Volgens hem gaat het erom dat de juiste prikkels aanwezig zijn. Zo dient er, net als in een commerciële onderneming, risico gedragen te worden. Ook ziet Rozema vaak dat mensen zonder ervaring worden aangenomen en geen financiële compensatie krijgen, terwijl er veel van hen verwacht wordt. Rozema: “Je hebt geld én expertise nodig. Je moet niet ergens een kwartje instoppen en dan verwachten dat het een euro wordt.”

Daarnaast speelt er volgens procesbegeleider Kromwijk nog iets wat hij de ‘oplossingsparadox’ noemt. “De ambities zijn groot, zeker als je al deze initiatieven bij elkaar optelt. Tezamen vormen zij een strategisch project voor de stad. Maar tegelijkertijd kan de gekozen vorm wel eens een belemmering zijn. Een coöperatieve vereniging is ingewikkeld. Het modieus aanmeten van de coöperatie als rechtspersoon kan je dan ook opbreken, zeker als je aan het pionieren bent. Je denkt dat het je helpt, maar het staat je juist in de weg.”

Vermogen ontginnen
De zoektocht naar de beste identiteit is niet verwonderlijk. Wijkcoöps zijn niet alleen nieuwe spelers, ze proberen ook de spelregels te wijzigen. Hun vernieuwingsdrang is moeilijk te accommoderen in een economisch systeem waar ze zich juist tegen af willen zetten. Een gebiedscoop bundelt daarom de krachten van de wijkcoops

Het bundelen van de krachten in de vorm van een gebiedscoop kan helpen bij het vinden van de beste vorm voor de wijkcoöps. Zit er een coöperatie van coöperatieven in? Kromwijk weet het nog niet. “Misschien is dat ook weer een paradox en is juist klein het nieuwe groot. Mogelijk zit de échte betekenis wel bij het ontginnen van het economisch zelforganiserend vermogen binnen de wijk.”

Stadlab #1

Gebiedscoops

Ontwikkelt een coöperatie van coöperaties, waar opkomende coops van elkaar leren en elkaar sterken in het organiseren van zelfbeschikking en economie rond meerdere Rotterdamse ‘plaatsen van betekenis’.

Terug naar de startpagina van Stadlab Gebiedscoops

Naaiatelier Afrikaanderwijk

Martien Kromwijk, moderator Gebiedscoops: “Een coöp wil een gebied sterker en kapitaalkrachtiger maken en daarmee meer inkomen, perspectief en geluk voor de bewoners genereren. Maar iedereen zal dat weer anders formuleren. Ook daar zijn we nieuwsgierig naar. Wat gaan de uitwisselingen in het stadlab ons over onszelf leren?”

Nathan Rozema, sociaal ondernemer: ““Je hebt geld én expertise nodig. Je moet niet ergens een kwartje instoppen en dan verwachten dat het een euro wordt.”